175 jaar ZCS

Deze tekst werd geschreven door een zuster naar aanleiding van het 175-jarig bestaan van de congregatie.

God schrijft geschiedenis met mensenhanden!

Het zou wel heel boeiend zijn moesten wij op dit ogenblik bijna 175 jaar kunnen terugspoelen.
Vorselaar met zijn kleine dorpskern, een rustige boer die met paard en kar over de markt dokkert. Wellicht nam hij z’n klak nog af als hij voorbij de kerk kwam. Een paar huismoeders die mekaar bij ‘t winkeltje een hele uitleg te doen hebben. 
Helemaal geen geraas van piepende autobanden. De verre rust van de afgelegen gehuchten. Buren die ‘s avonds voor de deur hun tijd verpraten. Wat scheefgezakte huisjes in ‘Bokrijkstijl’ en … veel arme mensen. Kinderrijke gezinnen, geen ontwikkeling. Van kleinsaf leuren en bedelen… zo staat het in de geschiedenisboeken.

En juist hier begint een mooi verhaal. Hoe staat het in de Schrift? Jezus had medelijden met zijn volk, dat neerlag ‘als schapen zonder herder’. Maar God schrijft geschiedenis met mensenhanden. Een kasteelvrouw, die helemaal niets nodig heeft, en een priester Donche, die wellicht Vorselaar niet eens wist liggen… beginnen een leerwerkschool voor straatkinderen, kinderen zonder toekomst.
Het kleine stekje is geplant.

Maar liefde, zorg voor mekaar is vruchtbare bodem. En liefde overwint alles. Het ongelooflijke wordt waar. Tot in het verre Tilburg gaat men op zoek naar leerkrachten. Een beetje spinnen, een beetje lezen en rekenen en tussendoor catechismusles. En wonder… het stekje wordt een stevige plant. Want er wordt niet alleen een school geboren, maar ook een klooster. 

‘Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken.’ Rond de wijnstok van de liefde ranken de eerste vruchten. 
Reeds in 1834, 14 jaar na het bange begin, leggen in de kerk de eerste 18 zusters hun kloostergeloften af in de handen van kardinaal Sterckx.
En al heel vlug worden vanuit Vorselaar honderde en honderde zusters gezonden met de zorg voor de Blijde Boodschap. Er komen vragen uit vele dorpen en parochies van het hele Vlaamse land. Nieuwe scholen, onderwijs, caritatieve zorg, catechese, pastoraal. Ranken tot in Zaïre, Venezuela en de Dominicaanse Republiek. 

Kinderen en volwassenen, wellicht nog armer dan bij ons in 1820, krijgen kansen, een straaltje licht. Want zelfs in de wirwar en het naamloze van hun gore barrio’s, van hun armen-wijken mogen ervaren, dat er iemand aan hen denkt, dat er iemand van hen houdt. 
Dat God ook daar zijn liefdesverhaal wil schrijven. En de vonk sprong over. Verscheidene inlandse zusters hebben de uitnodiging van Johannes uit de eerste lezing begrepen: ‘Als God ons zo heeft liefgehad, dan moeten ook wij elkaar liefhebben.’ Dan moeten ook wij hier op onze beurt zorgen voor de kleinsten en de armsten.

Als parochiegemeenschap zijn wij heel fier, en heel dankbaar dat God juist hier in ons Vorselaar zo’n mooi verhaal begonnen is.
Jezus is de wijnstok, wij de ranken. Maar los van hem kunnen we niets.
We zitten heel ver van het spinnewiel uit het eerste ‘scholeke’ van 1820. In een samenleving met de computer,… is bijna niets meer onmogelijk. De wetenschap is duizelingwekkend geworden. De maan is onze naaste buur. Voor medische instrumenten heeft ons lichaam bijna geen geheimen meer. Wat er vandaag gebeurt aan de andere kant van de wereld, beleven wij in onze huiskamer. 

En toch blijven mensen onder die kerktoren, en rond dat klooster, dezelfden. Mensen op zoek naar leven, naar geluk. En er zijn zoveel mogelijkheden, zoveel wegen. Mensen kunnen overal een stukje meepikken, er zijn zoveel gedachten en strekkingen. 
En juist hier – te midden van die grote, machtige wereld, is het zo belangrijk dat mensen met hun manier van leven getuigen, dat onze enige weg, de weg van Jezus is. De weg van liefde. ‘Los van mij kunt ge niets.’
Want juist vandaag in die rijke wereld, in onze wegwerpmaatschappij… zijn er zoveel arme mensen. Arm van hart, arm aan belangstelling, eenzame mensen, verlaten mensen. En deze armoede doet misschien nog meer pijn dan honger. 

God wil ook vandaag nog zijn verhaal verder schrijven. Zijn liefdesverhaal. En dat doet hij met mensenhanden.