Dominicaanse republiek

Tekst die zuster Magda Goossenaerts schreef voor “Vorselaar Overzee” (januari 1996)

Een maand geleden ben ik, samen met Hermana Juana, Petra en Lisette, geland in de Dominicaanse Republiek. We maakten kennis met een luidruchtig, opgeruimd volk, dat zeer spontaan contacten legt en heel gastvrij is. Ze houden van ritme en muziek, van dansen en feesten. En toch zijn de meesten arm en worden ze uitgebuit. Wanneer we met hen reizen, hangend in een bus – waar altijd 5 mensen 4 plaatsen moeten vullen – vragen zij spontaan waar we naartoe gaan, en dan zeggen zij vriendelijk waar we moeten afstappen. Overal waar we komen, voelen we ons zeer “welkom”. Als we vertellen over de nieuwe stichting, zeggen ze verwonderd “Oh!” en drukken zo spontaan hun blijheid uit. Er is hier veel respect voor al wat Kerk, priesters en religieuzen betreft.
Vóór we zelf initiatieven nemen, willen we deze nieuwe cultuur leren kennen. Daarom volgen we cursussen, bezoeken we priesters en religieuzen en zien we hoe hier gewerkt wordt. Op één van die bezoeken waren we bij de Zusters Adoratrices. Hun apostolaat bestaat erin meisjes op te zoeken die hun brood verdienen als prostituee. Hun aantal ligt zeer hoog in dit land. Elke avond trekken de zusters er met enkelen op uit om met hen te praten over de mogelijkheid om hun leven te veranderen. Die zusters hebben een prachtig instituut opgebouwd met hulp van de regering. Dit centrum werkt met veelzijdige specialisten: dokters, psychologen, psychiaters, opvoeders,… Er is kans om ter plaatse de medicijnen aan te schaffen, om werk te vinden in de kaarsenmakerij of in de keuken.
De kinderen van deze gewezen prostituees of vrouwen in proces van levensverandering, worden opgevangen en opgevoed in een peutertuin.
Deze kindjes hebben een groot tekort in hun gevoelsleven. Ze bedelen tederheid af. Toen we er binnenkwamen was het alsof ze ons al jaren kenden, zo vertrouwd, of beter zoveel geborgenheid zoekend. We konden er moeilijk buiten geraken.

Herhaalde malen trokken we ook onze barrio in… Onze barrio Las Flores ligt in de stad San Cristóbal, die 20 km van de hoofdstad Santo Domingo verwijderd ligt, en door een nieuwe autostrade doorkruist is. San Christóbal telt ongeveer 170 000 inwoners, en is verdeeld onder 4 parochies, waarvan twee bediend worden door Paters Augustijnen en twee door diocesane priesters.
Vóór 8 jaar was het nog 1 grote parochie van de Augustijnen.
San Christóbal is de stad waar de grote dictator Rafael Leónidas Trujillo Molina geboren werd. Hij kwam als commandant van het leger aan het bewind en regeerde van 1930 tot 1961.
San Christóbal was zijn bevoorrechte stad, met de meesten voordelen en de sterkste groei. Doch éénmaal Trujillo vermoord, werd de stad gehaat, verwaarloosd en achteruitgesteld op alle gebied. De straten zijn niet onderhouden. De vuilnisdiensten schijnen niet te bestaan. Alles ligt er slordig bij en het is er rumoerig.
Heel veel autobussen doen dienst als vervoermiddel. Er zijn de gewone, de goedkoopste, de “guagnes”, die overal stoppen en die ook volgestopt worden en zeer drukke muziek draaien; er zijn de sneldiensten met airconditioning, die duurder zijn, maar ook iets gerieflijker. Bij elke halte van de bus zijn er vlugge verkopers van geschilde appelsienen, koekjes en nootjes, die langs alle vensters verlangen te verkopen. Er zijn dan ook de troepen jonge mannen met motors die de uitstappende reizigers te voet vallen om toch maar weer iemand ter plekke te kunnen brengen voor 5 pesos.
Er is praktisch geen werkgelegenheid in de stad San Christóbal, buiten een glasfabriek en enkele openbare werken. Velen zoeken werk in de hoofdstad, maar moeten dan 33% van hun schaars loon uitgeven aan vervoer. De meeste werkenden zijn kleine verkopers of knappen klusjes op; vast werk is zeldzaam. De mensen trachten te overleven.

Onze parochie, Santa Rita, is toevertrouwd aan een jonge diocesane priester van ‘t land zelf, terwijl de overige pastoors in hoofdzaak Spanjaarden zijn. Padre Guillermo, zo noemen de mensen hem, is de verantwoordelijke van de jeugdpastoraal in ons bisdom Baní. Hij heeft een uitgebreide parochie van een 50 000 inwoners. Een gedeelte is eerder platteland, afgelegen. Daar wonen 2 groepen zusters: 3 Braziliaanse zusters, franciscanessen-catechisten, kwamen er vóór 2 jaar en er is een gemeenschap van 3 Haïtiaanse zusters van de Congregatie van Paridaens, die er slechts enkele maanden geleden toekwamen.
Dichter nabij het stadsgedeelte telt de parochie verschillende barrio’s, zeer dicht bij de grote Nigua-stroom gelegen. Deze barrio’s zijn vooral fel opgekomen nadat de cycloon David, een twintigtal jaren geleden, heel wat verwoestingen zaaide en vele gezinnen dakloos maakte.
In het centrum van de parochie wonen ook Spaanse zusters, verpleegsters, die vooral in het hospitaal dienstbaar zijn.

De mensen van San Christóbal zijn in hoofdzaak afstammelingen van de zwarte slaven uit de tijd van de Kolonisatie, terwijl deze uit Baní, waar we nu zijn, in hoofdzaak voortkomen uit Spanjaarden van de Canarische eilanden. Daar zit wel een verschil in.

Op vlak van catechese is er nog heel wat te doen in gans het land. Sedert september 1995 is het eerste handboek niveau I en II voor de begeleidsters voor de voorbereiding van de Eerste Communie uitgekomen, alsook het handboek voor het kind zelf. Dit is een heel gebeuren, want deze cursus, op proef, wordt in alle bisdommen van het land als nationale catechese voor de Eerste Communie voorgesteld. Er was en is nog het kleine catechismusboekje met vragen en antwoorden, dat de oudsten onder ons nog kennen. Met dit nieuwe werkmateriaal zal zeker goed gewerkt worden.

Wat zullen wij doen? Onze eerste taak is misschien “er zijn”, midden de mensen en met hen hun leven delen.
Moge Gods Geest ons ingeven wat onze concrete bijdrage zal zijn opdat het leven van dit volk menselijker zou zijn, en rechtvaardiger. Daarvoor rekenen we op jullie gebed.

Bijbelgroep Santo Domingo 1996
Catechesegroep, Barrio Las Flores, San Christóbal