Geschiedenis sanatorium

1900

Sanatorium

(hersteloord)


1936

Rusthuis ‘H.Hart’ en ‘Maria-Rust’

(hersteloord)             (rustoord)

 

1982

‘Mariënhove’ en ‘Maria-Rust’

(1 gemeenschap)

 

 1984

‘Mariënhove’     en     ‘Maria-Rust’

(Bethanië-Sjaloom-Emmaüs)

 

 1990

‘Mariënhove’

(Bethanië-Sjaloom-Emmaüs-Maria Rust)

  

1999

‘Mariënhove’

(Bethanië-Sjaloom-Sion-Emmaüs-Maria Rust)

 

2005

‘Mariënhove’            en           ‘Kleyn Meir’

(Bethanië-Sion-Emmaüs-Maria Rust)    (18 serviceflats)

 

De geschiedenis van Westmalle is er één van oprichten en bouwen, van uitbreiden en aanbouwen, van verbouwen en nieuw-bouwen en dat altijd om een antwoord te kunnen geven op de concrete noden van de congregatie.

De stichting van het SANATORIUM te Westmalle in 1900 was zó een antwoord op een concrete nood nl. een Tuberculose-epidemie.
De zware apostolaatsopdracht, die de jonge zusters van Vorselaar moesten vervullen, maakte hen kwetsbaar en vatbaar voor de ziekte.
Tussen 1890 en 1900 werd de congregatie erg beproefd door deze ziekte(tering) én door het overlijden van 65 meestal jonge zusters. De gemiddelde leeftijd bij overlijden was toen 36 jaar.
De directe aanleiding voor deze droevige situatie was een nieuwe tbc-epidemie in ons land. België telde die periode 1 op 5 doden. (1 sanatorium in Bokrijk)
De stichting van het sanatorium in Westmalle bewijst dat het bestuur van de congregatie dit probleem ernstig wilde aanpakken.
Het oude plan van stichter Donche om een ‘ziek-huys’ op te richten werd terug bovengehaald:
In zijn brief van 24 januari 1840 spreekt stichter Donche over zijn bezorgdheid om de zieke zusters:
“…maer onthoud dat al dat geld als gij eens kunt, aen d’algemeyne kas moet wedergegeven worden: want volgens besloten is, moet uyt den overschot der schoolen d’algemeyne kas gemaakt en berent worden om ’t ziek-huys vast te fonderen….”

De grote liefde van vader Donche voor de zieke en oudere zusters leefde voort in de algemeen oversten die hem opvolgden (en die leeft nog verder tot op vandaag!)
Tijdens het korte bestuur, van amper 6 jaren, slaagde eerwaarde moeder Angela erin de bouw van een privé sanatorium in Westmalle te realiseren. Haar verantwoording voor dit baanbrekend initiatief luidde:
“Daar het onderwijs der kinderen eene kloeke gezondheid
en het programma steeds krachtiger geestesinspanning vereischt,
zoo gebeurt het niet zelden, vooral bij de jongere zusters,
dat zij na eenigen tijd in het onderwijs werkzaam geweest te zijn,
eenige rust behoeven.”

Nu moest er nog een geschikte plaats gevonden worden.
Uit vrees voor besmetting weigerde één van de stichters van de school van Hove en van Kontich, toelating te geven om een sanatorium op te richten in de nabijheid van de school.
Eeerwaarde moeder Angela stelde de vraag aan baron de Turck de Kersbeek, weldoener van de school te Westmalle(Mariagaarde). Eerst stelde hij ‘Hoogbosch’, gelegen in de buurt van de school, ter beschikking. Het bos was al ontgonnen en de fundamenten al gegraven toen baron de Turck de zusters in allerijl liet weten dat hij het sanatorium toch liever op een ander, ruimer terrein wilde. Ook hij vreesde dat een sanatorium, vlakbij de school al te veel opspraak zou verwekken.

De uiteindelijke locatie zou het ‘Kleyn Meir’ worden, een bos met een beekje gelegen op een kwartier lopen van het dorp van Westmalle.
Op 5 juni 1899 werd de eerste steen gelegd door barones De Turck. (Zie steen in gevel)
De Voorzienigheid bracht eerwaarde moederAngela in contact met een zeer bekwaam longspecialist, die zich eind 1898 in Antwerpen als dokter had gevestigd. De jonge dokter Mennes bleek, dankzij zijn buitenlandse sanatorium-ervaring, een geschikt raadsman voor eerwaarde moeder en haar assistenten. Onder zijn bekwame leiding werd alles ingericht naar de jongste voorschriften van de geneeskunde.
Op 4 maart 1900 werd het contract met dokter Mennes ondertekend en de dag daarna, 5 maart 1900 konden zr. Clara, als uitgelezen ziekendienster met de eerste 7 zorgbehoevende zusters het gebouw innemen.

Het oorspronkelijk gebouw had een gelijkvloers met keuken, refter, wasplaats, een veranda als ligplaats, een spreekkamer en een kapel. Slaapzalen voor twee, vier of zes zusters waren op de eerste verdieping. Bij goed weer konden de zieken, aan de achterkant van het gebouw, onder het glazen afdak liggen.

In 1925 werd een nieuwe vleugel bijgebouwd, met een keuken, een refter, spreekkamers, een bibliotheek, een veranda en een lift! Later kreeg de nieuwe vleugel een verdieping waardoor de kapel sterk werd vergroot.
Het sanatorium kreeg de naam: ‘sterfbed van Maria’ en werd toegewijd aan het Heilig Hart van Jezus.
Voor het geestelijk bestuur en de dagelijkse mis zorgden de paters Trappisten meer dan 70 jaar lang. (o.a. Pater Leo die dit met grote toewijding deed)
In 1973 werd eerwaarde heer Reyniers tot eerste rector van Mariënhove benoemd.

Na de dood van de baron in 1909 en van de barones in 1914, kwam gans het erfgoed aan Dhr. Baron van der Straeten-Waillet. In 1920 schonk hij heel het domein aan de congregatie in eigendom. (Grote weldoeners van Westmalle)

Maria Rust

Ondertussen bestond de congregatie al meer dan 100 jaar en het is vanzelfsprekend dat er ook toen al talrijke oudere zusters waren.
Vanaf 1922 was eerwaarde moeder Severine algemeen overste. Zij was sterk bekommerd om haar oudere zusters en zocht voor hen een gezamenlijk tehuis. Het inzicht van eerwaarde moeder bij deze stichting was: ”aan de zusters die al hun krachten aan de opvoeding der kinderen hebben opgewerkt, een schone oude dag te bezorgen, waar zij nog als biddende werksters van de congregatie zouden wezen.” (Zending in de congregatie)

Maar waar zou zij voor hen een geschikt huis kunnen vinden?

Naast het klooster in Hoboken-Oudestraat stond een kasteel, dat in 1932 te koop werd gezet. Vorselaar hapte onmiddellijk toe. Maar bij één van haar eerste bezoeken aan dat huis bemerkte eerwaarde moeder dat er zovele trappen waren. Toen gebeurde er een omwisseling: de schoolzusters van Hoboken-centrum kwamen naar het kasteel en de oudere zusters gingen naar de kloosterwoning in de Oudestraat.
Maar de uitbreiding van de Hobokense schoolbevolking en de wens weg te trekken uit dit verstedelijkte gebied bracht de oudere gemeenschap in het voorjaar van 1936 naar Westmalle, in een nieuwe vleugel aan het sanatorium gebouwd.

Die nieuwbouw is een ontwerp van de Leuvense Kanunnik Lemaire (Vorselaarse kloosterkapel!) en omvatte een kapel die door de bewoners van beide gemeenschappen werd gebruikt, een portaal, een keuken, een refter, een werkplaats en een spreekkamer, ook een aparte ingang.

Op 23 april 1936 kwamen 15 zusters van Hoboken en 4 zusters van het sanatorium naar Maria Rust. De communauteit telde 19 zusters met moeder Mathildis als overste.
Voortaan was Westmalle dus een tweewoonst: Het sanatorium en Maria Rust:
In het memorieboek staat:
“Maria Rust: met het sanatorium: twee landingsplaatsen aan dezelfde haven, waar de afgetobde reizigsters zo rustig binnenvaren en onmiddellijk ontvangen worden in de armen van de opwachtende Goddelijke Bruidegom.” Uit de ontboezemingen van zr. Marcelline in 1944.

Volgens de noodwendigheden werden er tussen de jaren 1950-1970 praktische verbouwingen of aanpassingen gedaan van op de zolder, in de kapel tot op het kerkhof. Al die verbouwingen werden toen bestudeerd, op plan gezet en met veel deskundigheid geleid door zr. Jetty.
– op zolder: van slaapzalen afzonderlijke kamers gemaakt
– in de kapel in 1967: aanpassingen op het koor (na het concilie)
– op het kerkhof: twee arduinen platen met de namen van de overleden zusters.

1972: werd de wasserij beter uitgerust.
1973: verbouwing van de boerderij tot huis voor de rector en een zaal voor de uitvaarten en feestelijkheden. Ook de telefooncentrale en de klankinstallatie werden toen ingericht.
1974: de keuken werd heringericht
1976: de wasserij en de strijkplaats werden vergroot.
Daartoe werd de dodenkamer ingenomen, het Heilig Graf, op het einde van de gang beneden.
Er werd dan een mortuarium gebouwd met één dodenkamer.

 

In de jaren 1980-1990 volgt een belangrijke periode van grote renovatiewerken.
Het is steeds een grote bekommernis geweest van het algemeen bestuur van onze congregatie tijdig de nodige voorzieningen klaar te maken voor de huisvesting én voor een goede en deskundige verzorging van onze ouder wordende en zieke zusters.
Dat is ook tot op vandaag een grote zorg voor ons algemeen bestuur.
De reorganisatie van dit huis naar de toekomst toe, met een totaal nieuwe structuur, vergde een volledige aanpassing van huisvesting en inrichting.

Daarom besloot het algemeen bestuur dat toen onder de leiding stond van  moeder Maria Consolata, tot een grondige aanpak. De studie van dit project werd toevertrouwd aan architect Vandendael (Heverlee) en de gebroeders Wens van Westmalle zorgde voor de uitvoering.
Zr. Anna Nicasi, assistente voor materiële zaken, volgde de uitwerking op de voet, geassisteerd door zr. Hugoline, die met kennis van zaken en met een enorme toewijding er dicht bij betrokken was. Vele uren heeft zij hier doorgebracht om die renovatiewerken te volgen én te richten.

Bestaande gebouwen renoveren is altijd een zware en moeilijke opdracht, zeker omdat alle zusters, zieken en bejaarden ter plaatse bleven.
Daarom werd een vijfjarenplan voorzien in vijf grote verbouwingsfasen.

De 1ste fase van 1979-1980 :
noodtrap aan Maria Rust
inkomhall, kant Hemelstraat

2e fase 1980-1981 :
verbouwing van de centrale kapel
onderste gedeelde : vergaderzaal
eerste verdieping : nieuwe kapel
vernieuwde inkomhal, met grote lift

3e fase 1981-1982 :
de verzorgingsdienst werd gerenoveerd en ondergebracht op de eerste en tweede verdieping van het middenbouw, links en rechts van de kapel.
de ziekenkamers werden vergroot en voorzien van een natte cel.
een uitgebreide klank- en muziekinstallatie
een volledig oproepsysteem met signalisatie

4e fase 1981-1982:
Tijdens deze verbouwingsfase werd ook het gelijkvloers volledig aangepast:
-leefruimte voor de actieve zusters in dienst van het huis (Bethanië)
-leefruimte voor bejaarde zusters (Maria Rust)
-receptie lokaal en ontvangstzaal(familie-zaal)
Op de voorgevel werd toen de metalen wandsculptuur O.L.Vrouw van Mariënhove aangebracht.

5e fase 1983-1984:
volledige renovatie van blok C
de kamers op de bovenverdieping werden aangepast
de eerste verdieping werd verbouwd tot leefruimte voor bejaarde zusters (Sjaloom!)
benedenverdieping werd ingericht voor het onthaal en werkplaatsen.

Nu vormden Mariënhove met Maria Rust één gemeenschap: Mariënhove

Er volgt dan toch nog een belangrijke periode: de nieuwbouw!
Daar het aantal bejaarde zusters toenam en de nood aan verzorging steeds groter werd, stelde het algemeen bestuur, na grondige studie van dit probleem vast, dat de huidige voorzieningen naar de toekomst toe onvoldoende bleken.
Daarom werd er door het algemeen bestuur (zr. Wilhelmina, zr. Celine v.d. Langenbergh en de bouwdienst) beslist een vleugel bij te bouwen, in het verlengde van de kapel.
Het werd een mooi, stijlvol en vooral een goed uitgerust complex.
De gemeenschappen van Emmaüs I en II vonden hier hun thuis met een prima verzorging door een goed uitgeruste verzorgingsdienst op iedere verdieping.
Op het gelijkvloers werden de keuken en allerlei dienstlokalen voorzien.
Ook de grote lift is niet meer weg te denken voor het dagelijks verkeer in huis!
Ook de tuin, die tot hiertoe meestal een bouwwerf was, werd omgetoverd in een prachtig park.
30 september 1989 was dan ook een grote DANKdag
– tgov. allen die in de voorbije jaren met hart en handen, met kunde en          verantwoordelijkheid de uitbouw van Mariënhove hadden gerealiseerd
– tgov. de vele helpende handen die deze moeilijke periode toch leefbaar hebben gemaakt voor de bewoners.
– de bisschop heeft toen het vernieuwde Mariënhove ingezegend.

Mariënhove is mooi en de verzorging verloopt er prima dankzij de goede infrastructuur.
Toch staken er rond het jaar 2000 nieuwe problemen de kop op.
De wetten op (brand)veiligheid werden steeds strenger. Blok C(Sjaloom) voldeed niet meer aan de voorgestelde normen.
Weer werd er in het A.B.(zr. Martha, zr. Treza Bogaerts en de bouwdienst) naar mogelijke oplossingen gezocht.
Men stelde voor:
-blok C te slopen maar de voorgevel te behouden
-er 18 wooneenheden met gemeenschappelijke leefruimten te bouwen
-los van Mariënhove, onder de naam ‘Kleyn Meir’
Deze zouden zeer geschikt en bedoeld zijn om aan zusters de gelegenheid te geven, een langere tijd tot rust te komen of een sabbatjaar door te brengen in een ietwat lossere vorm van gemeenschap, maar in een grote congregatie-verbondenheid!
Een grondige voorstudie begon en plannen werden uitgetekend.

In het kapittel van 2002 klonk reeds de bekommernis i.v.m. het beleid van onze rusthuizen naar de toekomst.
In 2003 werd dan door de VZW Ouderenzorg met mijnheer Bouwen als coördinator, naar wegen gezocht om ook Eikendal en Mariënhove te laten erkennen als volwaardig woon-en zorgcentrum.
Daartoe moesten i.v.m. de wooneenheden wettelijke voorschriften in acht worden genomen, zodat men overging naar de officiële vorm van serviceflats
‘Kleyn Meir’ wooneenheden voor zusters én voor leken.