Gravin uitgebreide versie

Reine Josèphe Marie Thérèse della Faille de Leverghem (1759-1827) werd geboren als zevende in een reeks van acht kinderen in het gezin van majoor Jacobus Abilius della Faille, burgemeester van Antwerpen en lid van de Staten van Brabant en van Clara Josepha Maria della Faille. De familie della Faille behoorde tot de gefortuneerde Antwerpse adel.

Toen Josèphe 28 was, huwde ze met de veel oudere weduwnaar Charles Bernard van de Werve (1740-1813), een neef van haar vader. De van de Werves waren een Antwerps geslacht dat al sinds de middeleeuwen tot de adel behoorde.
De verarming waarmee de familie, net als zoveel andere oudadellijke geslachten, vanaf de 18e eeuw had af te rekenen, was handig ondervangen door een huwelijk tussen Charles Philippe van de Werve  en Maria Anna de Pret, een rijke handelaarsdochter.
Uit dit huwelijk werden 12 kinderen geboren, waaronder Charles Bernard. Op het moment van zijn huwelijk met Reine Josèphe della Faille kon Charles Bernard zodoende sociale status (als baron van Lichtaart, graaf van Vorselaar en hogere ambtenaar van de stad Antwerpen) aan een aanzienlijk bezit koppelen.

Hun levensstijl was luxueus : een echt kasteel als buitenverblijf, veel paarden en karossen zeer rijkelijke kleding, een schare bedienden ter hunner beschikking. In de woelige periode van de eerste Franse bezetting, van december 1792 tot mei 1793, speelde Charles Bernard van de Werve een vooraanstaande politieke rol als burgemeester van de stad Antwerpen. Na het Oostenrijks herstel werd hij opnieuw tot schepen aangesteld, waarop hij evenwel zijn ontslag vroeg. Bij de tweede Franse inval in juli 1794 week het echtpaar uit naar Bremen. Na hun terugkeer trok Charles Bernard zich definitief uit de politiek terug en verdeelden ze hun tijd tussen hun herenhuis in de Keizerstraat te Antwerpen (’s winters) en het kasteel in Vorselaar (’s zomers).

Reine Josèphe della Failla stond intussen in voor de opvoeding van de vijf kinderen die Augustin van de Werve (1764-1793), een zoon van Charles Bernard uit zijn eerste huwelijk, verweesd had achtergelaten. De vroomheid van de graaf en gravin waren bekend.
Als beschermers van het pauselijk gezag zouden ze zelfs als boodschappers hebben gefungeerd tussen de door Napoleon gevangen genomen Pius VII en zijn kardinalen. In hun testament van 1811 waren er verscheidene legaten voorzien voor de Sint-Pietersparochie van Vorselaar (o.m. om catechismushandboeken te kopen), voor de pastoor van Vorselaar, pater recolet Théouville, voor een begijn en voor ‘un ex-jésuite’.
Met die laatste werd meer dan waarschijnlijk Lodewijk Donche bedoeld.

Obiit van Reine Josèphe Marie Thérèse della Faille