Hoe begon het?

Leefregel nr 40: “Wij, als congregatie, zullen onze verantwoordelijkheden blijven opnemen tegenover onze missies,  in Latijns-Amerika. Binnen de mogelijkheden zal de congregatie ook andere missies materieel steunen en zelfs met eigen zusters – voor een bepaalde tijd – inheemse zustercongregaties in Afrika – helpen in hun groei en bloei.”

DONCHE: MISSIE-IJVERAAR

Donche zelf heeft nooit zusters naar de missies gestuurd, maar tot zijn apostolische gerichtheid behoorde een levendige missie-ijver.
Donche zelf heeft tijdens zijn leven vele diensten aan missionarissen bewezen.

1930: eerste verzoek van onze zusters om naar de missies te gaan (aanvraag voor toenmalig Belgisch Congo) werd afgewezen door Kardinaal Van Roey: “Gij zijt hier nodig!” (voor de uitbloei van het godsdienstonderwijs)

1962-1965: Vaticaans Concilie = nieuw kerkbeeld, vernieuwing van het religieuze leven.
In grote lijnen samengevat:
– een Kerk , als volk van God onderweg
– een Kerk in dienst van het Godsvolk, een pastorale Kerk
– een Kerk van armen voor armen
Het religieuze leven moet op zoek gaan naar de bronnen, de oorsprong van haar charisma

Aanvraag aan Mgr. Daem – toenmalig bisschop van Antwerpen – werd aanvaard.
VENEZUELA werd uitgekozen.

Vorselaar zette dus de stap “overzee”
reden:
– het was de Heer zelf die riep
– langs de kerkelijke hiërarchie
– in functie van de noden van de tijd

dus:
een goddelijke roeping
een kerkelijke zending