In het nieuws!

GEMEENTEMONITOR

 

WAAROM HET GOED LEVEN IS IN VORSELAAR

‘Mensen zetten hier hun stoelen nog op straat’

De slogan van Vorselaar zou van ‘verassend natuurlijk’ naar ‘verassend succesvol’ omgedoopt mogen worden als het van de dorps­bewoners afhangt.

Promobeeld in de straten van ‘Veusseleir’: de postcode 2290 lijkt er alomtegenwoordig. Sebastian Steveniers

 

VORSELAAR

Tussen de schouderbladen, op het bovenbeen, op de kuit, op de biceps, boven de borstkas. In Vorselaar kijken ze niet raar op als iemand een tatoeage laat zien met het getal ‘2290’ in verwerkt. Dat is de postcode van de gemeente in de Kempen die zich consequent bovenaan elk lijstje over lokaal welbevinden positioneert, ook nu weer.

Als voorzitter van het lokale wielercomité en auteur van menig toneeltekst over het dorpsleven begrijpt Jakke van Veusseleir – een alias voor Jan Vervoort (70) – die passie voor wat op het eerste gezicht toch maar een doorsnee Vlaamse plattelandsgemeente is met ongeveer 7.800 inwoners.

Niet alleen voor het landelijke karakter is hij er blijven plakken na omzwervingen van Blankenberge tot Poederlee, maar ook voor de hechte gemeenschap. ‘Ik denk dat mensen zich hier zo goed voelen door het sterke verenigingsleven. Er zijn hier 107 verenigingen actief, er is altijd iets te doen, dat schept een band.’ 

Zuster pannenkoek

Zelfs de kloosterzusters die tegenover het gemeentehuis wonen, doen al eens een pannenkoekenavond aan. Dat zeggen de zusters Maria Hendrickx (73) en Magda Sels (75) toch zelf. Maar ze zijn er bovenal trots op bijgedragen te hebben tot het succes van het dorp door er al bijna tweehonderd jaar degelijk onderwijs aan te bieden. ‘Daar komen ze van ver op af. Je kunt hier alle mogelijke richtingen volgen, van 2,5 tot 21 jaar.’

De kloosterzusters Maria en Magda zijn trots op het onderwijs dat hun orde al bijna tweehonderd jaar lang aanbiedt in Vorselaar: ‘Daar komen ze van ver op af.’ 

Het monumentale pand van de kloosterzusters huisvest onder meer een internaat en ligt naast een lerarenopleiding van de Thomas More-hogeschool.
Daarachter ligt het café van Patrick Jespers (58), een ingeweken Antwerpenaar die de liefde is gevolgd. Zijn dorpsgenoten omschrijft hij met affectie als ‘een ras apart’.

De tooghangers in Den Engel laten zich nog het best typeren als gemoedelijk Kempisch, met een weerbarstig kantje. Het lokale bier – een ‘2290’ – is snel uitgeschonken. Jespers: ‘Vorselaar is heel gezellig. In de zomer zetten de mensen hier nog hun stoelen op straat om een babbeltje te doen. Al moet je wel moeite doen om je te integreren. Je moet sociaal doen.’

Dorpschroniqueur Jan Vervoort stelt half lachend, half serieus voor om een standbeeld voor de burgemeester Lieven Janssens van de lokale partij Actiev op te richten. Geen overdreven zotte suggestie is dat, zo weerklinkt het in Den Engel. Sinds zijn aantreden scoort de gemeente bovengemiddeld goed in de ene populariteitspoll na de andere.

Vergrijzende bevolking

‘Met Janssens valt te babbelen’, zegt Jespers. De gespreksonderwerpen variëren van volkse klap over de eerstvolgende bonte avond tot een discussie over de kracht van lokale besturen. Over dat laatste doceert de burgemeester en doet hij onderzoek aan de UAntwerpen. ‘Ik krijg de kans om de theorie in de praktijk te brengen’, zegt Janssens.

Behalve het rijke verenigingsleven ziet hij een creatief en slagkrachtig gemeentebestuur – met een absolute meerderheid – en een goede chemie tussen de politiek en de administratie als de pijlers die het succes van de gemeente stutten. ‘Komaan, we gaan samen aan de slag. Dat is onze dynamiek.’

Ook al doen de nette plantsoenen en keurige eengezinswoningen anders vermoeden, een en al peis en vree is het niet in de Kempen. Een vergrijzende bevolking, een sluimerende drugsproblematiek. Janssens: ‘Maar we zijn daar niet blind voor. We pakken dat samen aan.’