Stichting

De wortels van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen gaan terug tot de jaren 1819-1820. In het landelijke Kempense dorp Vorselaar legde priester en ex-jezuïet Lodewijk Vincent Donche er samen met weldoenster gravin Regina della Faille de grondvesten voor een school in de buurt van het kasteel.
In deze ‘werkschool’ voor arme kinderen werd in de eerste plaats handenarbeid gedaan en catechismusonderricht gegeven, naast enig elementair onderwijs.

Onder de geestelijke leiding van Donche leefden de ‘schoolmeesteressen’ als zusters, zij het nog op een verdoken wijze. Het Hollands Bewind (1815-1830) verleende aan onderwijscongregaties immers geen officiële goedkeuring. Na 1830 kon de congregatie zich openlijk profileren en volgde snel de kerkrechtelijke erkenning. 
De Regel die algemeen overste Donche voor zijn zusters opstelde, droeg sterk de sporen van zijn “jezuïetisch” verleden en was ingebed in de ignatiaanse spiritualiteitstradities. Het verstrekken van onderwijs vormde de hoofddoelstelling van de congregatie. De lager-onderwijswet van 1842 schiep mee het geschikte kader voor realisatie van deze apostolaatsopdracht.